Evenals een moede hinde
(psalm 42)
Oorspronkelijke titel:
Joy and triumph everlasting

Woorden: Adam of St. Victor, 12e eeuw, vertaald van het Latijns in het Engels door Robert Seymour Bridges, 1899

Muziek:“Bourgeois”, Louis Bourgeois, 1551

Een proefberijming van Pslam 42 die in oude 'Proeve van nieuwe berijming' staat, aangeboden door de Interkerkelijke stichting voor de psalmberijming, uitg. Proost en Brandt, Amsterdam

Ook bekend als: "t Hijgend hert der jacht ontkomen"
Joy and triumph everlasting
Hath the heav’nly Church on high;
For that pure immortal gladness
All our feast days mourn and sigh:
Yet in death’s dark desert wild
Doth the mother aid her child;
Guards celestial thence attend us,
Stand in combat to defend us.

Here the world’s perpetual warfare
Holds from Heav’n the soul apart;
Legioned foes in shadowy terror
Vex the Sabbath of the heart.
O how happy that estate
Where delight doth not abate!
For that home the spirit yearneth,
Where none languisheth nor mourneth.

There the body hath no torment,
There the mind is free from care,
There is every voice rejoicing,
Every heart is loving there.
Angels in that city dwell;
Them their King delighteth well:
Still they joy and weary never,
More and more desiring ever.

There the seers and fathers holy,
There the prophets glorified,
All their doubts and darkness ended,
In the Light of Light abide.
There the saints, whose memories old
We in faithful hymns uphold,
Have forgot their bitter story
In the joy of Jesus’ glory.
Evenals een moede hinde
naar het klare water smacht,
schreeuwt mijn ziel om God te vinden
die ik ademloos verwacht.
Ja, ik zoek zijn aangezicht,
God van leven, God van licht.
Wanneer zal ik Hem weer loven,
juichend staan in zijn voorhoven?

Tranen heb ik onder 't klagen
tot mijn spijze dag en nacht,
als mijn haters honend vragen:
"Waar is God die Gij verwacht?"
Ik gedenk hoe ik vooraan
in de reien op mocht gaan,
om mijn dank Hem op te dragen
in zijn huis op hoogtijdagen.

Hart onrustig, vol van zorgen,
vleugellam geslagen ziel,
hoop op God en wees geborgen:
Hij verheft wie nederviel.
Eens verschijn ik voor de Heer,
vindt mijn ziel het danklied weer.
Hij, mijn God, Hij heeft mijn leven
dikwijls aan de dood ontheven.

Ziel, gekerkerd in verlangen,
balling ver van waar God woont,
houden bergen mij gevangen,
waar uw heerlijkheid niet troont.
Watervloed roept watervloed.
Aller diepten euvelmoed
heeft Hij met geweld bedolven,
al uw baren, al uw golven!

Laat zijn trouw de dag verblijden
en zijn lied de duisternis.
Tot Hem roep ik in mijn lijden
die de God mijns levens is:
vaste grond van mijn bestaan,
waarom ziet Gij mij niet aan?
Moet ik onder 's vijands slagen
thans dit somber rouwkleed dragen?

God, dit zal mijn hart doorboren,
dit gaat mij door merg en been:
van mijn vijand moet ik horen:
"God is ver, gij staat alleen."
Honend vraagt men dag en nacht:
"Waar is God die gij verwacht?"
In verdrukking moet ik leven,
door mijn vijanden omgeven.

Hart, onrustig vol van zorgen,
vleugellam geslagen ziel,
hoop op God en wees geborgen:
Hij verheft wie nederviel.
Eens verschijn ik voor de Heer,
vindt mijn ziel het danklied weer:
Hij, mijn God, Hij heeft mijn leven
altijd aan de dood ontheven.
Oorspronkelijke tekst
Nederlandse tekst
‘Wat buigt gij u neder, o mijn ziel’ (Psalm 42:12).
Soms is het leeg en bang in ons hart en in onze ziel. Soms vinden mensen geen geluk, geen verzadiging, geen vervulling. Misschien zijn het zorgen, misschien zonden, misschien is het een gevoel van mislukt te zijn. Misschien is het angst voor de toekomst. Misschien voelt iemand zich niet thuis bij de mensen en is het eenzaamheid en een gevoel van verlorenheid.
Misschien is het een gevoel van vervreemding dat veroorzaakt wordt door de moderne wereld. De wereld van vandaag kan soms zo onbegrijpelijk zijn. Het overzichtelijke van vroeger, de kleine gemeenschappen, de politieke zuilen, de verbondenheid met de geloofsgenoten, de vanzelfsprekendheid van het geloof, het is allemaal weg.
In haast alle opzichten is er een nieuwe oriëntatie nodig, een nieuwe richting, maar wie weet de weg?
Als een opgejaagd hert, zo kan een mens zich soms voelen. Ver bij God vandaan en ver van de bronnen van het leven, ver van de plaatsen en van de ideeën die ons kunnen voeden en die ons de weg kunnen wijzen.
Mensen dorsten naar een nieuwe roeping waar ze zich aan kunnen geven. Naar verbondenheid en ontmoeting, naar een plek en een geestelijke ervaring van rust, waar al deze verlangens vervuld worden.
Hoe vinden we God weer, als we in onze nood en onmacht de weg niet weten en als we verdwaald zijn in het leven en als onze ziel bang en onrustig is in ons?
Hoop op God, zegt Psalm 42. Hij ziet een mens. In de Psalm heeft het zoeken een richting. De weg is niet altijd zichtbaar, maar de dichter van de Psalm weet wel waar hij uiteindelijk moet en zal zijn. Dat geeft troost.

Arend Linde
Bron: Friesch Dagblad
Sluit dit venster om terug te keren naar de midi index